In juni 2003 maakten Sue
en ik een tweeweekse fietstocht door en rond Bourgondië in Frankrijk. Start-
en eindpunt was Voulaines-les-Templiers in de Côte d'Or, 20 km. ten oosten
van Châtillon-sur-Seine, maar de route kan op ieder willekeurig geschikt
punt worden gestart. We hadden alles inclusief tent bij ons en probeerden via
rustige wegen en interessante plaatsen ons doel te bereiken, niet wetend dat 2003 de heetste zomer van de laatste 100 jaar zou gaan worden.
Zaterdag 14 juni: Voulaines - Montbard (55 km.) Evenals de vrijdag, toen we met
de auto naar Voulaines reden, was het erg warm, ruim 30 graden, een beeld dat
we nog goed kenden van onze trip door de Morvan een jaar eerder. De bagage zat stabiel op onze nieuwe Koga's. Vanuit Voulaines reden we langs de schilderachtige
Etangs des Marots langzaam omhoog het Forêt de Châtillon in, sloegen
aan het eind linksaf om via de D29 langs de graanvelden bij Rochefort uit te
komen een prachtig klein plaatsje aan de rivier de Brevon. Die rivier volgden
we naar het westen, staken na een fel klimmetje de N71 over, om verder te klimmen
naar Semond. Een mooie rit langs velden en bossen voerde naar Villaines-en-Duesmos.
Dit plaatsje ligt in een rivierdal en dan weet je het wel: er is nog één
klim nodig om bij de beroemde abdij Abbaye de Fontenay uit te komen. Hier zouden
we de volgende dag op bezoek gaan. Vandaar was het nog ruim 5 km naar Montbard.
De camping lag aan de andere kant van de stad met een supermarkt op een paar
honderd meter voor de boodschappen. 's Avonds het oude centrum bekeken. Was
niet onaardig. Gelukkig koelde het later op de avond een beetje af.
Zondag 15 juni was de enige dag dat we een
beetje konden uitslapen omdat we op deze camping bleven. Toen we naar Fontenay
wilden gaan stelden we vast dat beide fietspompen, een helm en een stel handschoenen
verdwenen waren. Dit meldden we aan de campingbaas, die de politie belde. Hier
gingen we later op bezoek om aangifte te doen, wat op zich al een avontuur is.
Zonder pompen toch maar op weg naar Abbaye de Fontenay, een bijzonder mooie
abdij, druk bezocht, ook door fietsers. Verder nog wat door het dal gefietst
en terug naar de camping. Door de hitte (weer ruim 30 graden) en een beetje
gebrek aan ervaring hadden we zaterdag geen geen dinerspullen voor de zondag
gekocht, zodat de eerste van onze twee noodmaaltijden gebruikt ging worden.
Gekeken hoe we de volgende dag de stad moesten verlagen en op tijd naar bed.
Vroeg starten is noodzaak. Klimmen in de hitte is geen pretje.
Maandag 16 juni: Montbard - Chablis
(66 km.) Zes uur op en even voor half acht
op pad. Vanuit Montbard namen we de D5 naar Arrans, een klim van 150 meter,
door het bos, nog lekker koel. Een mooie rustige weg door de velden volgde,
waarna afdaalden naar Ravières en Nuits. Het was maandag en dat betekent
dat er veel winkels dicht zijn. Dat was in Ravières het geval, maar gelukkig
was de bakker in het aangrenzende Nuits open.
Vanuit Nuits ging het via de D115 richting Noyers, een van de Plus Beaux Villages
de France, waar we pauzeerden. We klommen wat en kruisten de TGV lijn uit Parijs die vlak onder onze
kruising splitst, waardoor er aardig wat treinen passeerden. De lange afdaling
naar Noyers kenden we. Die hadden we vorig jaar moeten klimmen. In Noyers dronken
we koffie (grand crême), duur en niet warm, de minste uit een grote, dagelijkse,
koffietest.
We reden het oude stadje door en klimmend en dalend langs het riviertje de Serein
naar Chablis, onderweg langs de wijngaarden rijden. Deze plaats had een rustige,
mooi gelegen camping. We vonden een mooie schaduwrijke plek, gezien de hitte
geen luxe. Hier was de supermarkt open en konden we een fietspomp kopen. Het enige terrasje
waar we 's avonds dachten een glaasje Chablis te drinken bleek dicht.
Dinsdag 17 juni: Chablis - Mailly-le-Château
(61 km.) Duurde iets langer voordat we toch
wel als eersten rond 7.40 de camping verlieten, even door de spits op de D965,
die we zo snel mogelijk verruilden voor de D131, een rustig weggetje naar het
noorden. In Villy gingen we linksaf de D124 op omhoog en door de wijngaarden
richting Auxerre, dat we na een mooie soepele afdaling tegen tienen bereikten.
We zagen een postbode en vroegen hem waar er een fietsenwinkel te vinden was.
Dat wist hij precies te vertellen. Brug over, Rue du Pont en en vlak voorbij
de bakker. Het klopte allemaal. Ook was er nog een terrasje dat een perfecte
grand crême leverde voor € 2.-.
Bakker (brood en lekkers) en fietsenman
(helm) zorgden voor een goede basis voor de rest van de rit die gelukkig (het
werd weer 30 graden) vlak was en ging langs de Yonne richting Vaux. Rond Vincelottes
kwamen we een prima Logis de France tegen. Langs deze rivier zijn sommige delen
van het jaagpad omgezet in fietspad. We pakten het stukje tussen Cravant en
Bazarnes, maar volgens Australische fietsers die we op de camping tegenkwamen
was het mogelijk om vanaf Auxerre op die manier te rijden.
Onze camping lag vlak voor Mally-le-Château. Hij had een prima plek met onder
tentdoek een schaduwrijke en droge plek met picknick tafels om aan te eten.
Hier ontmoetten we een Australisch stel van onze leeftijd dat een half jaar
aan het fietsen was en op weg naar Santiago de la Compostella. Gingen naar het
prachtige dorp op de helling voor boodschappen en om van het uitzicht te genieten.
Kregen heel even wat regen, 's avonds wat meer en dat friste lekker op en leverde
mooi licht over de rivier op.
Woensdag 18 juni: Mailly-le-Château
- Donzy (76,5 km.) Het was een dampige ochtend en het
beloofde weer een mooie dag te worden. We moesten de tent nat inpakken. Om kwart
voor acht waren we op pad, uitgezwaaid door onze Australische fietsers. Staken
de brug over en gingen verder op de oostelijke oever via Lucy s. Yonne, een
fotogeniek gebied. Bij Surgy staken we weer over naar de andere kant en kwamen
wat verder van de rivier af. Een gedeeltelijk wolkendek hield de temperatuur
nog aangenaam. Via de zône industriëlle en een LeClerc kwamen we
Clamency binnen, een plek met een prachtige oude binnenstad. Op het plein bij
de kerk een goede kop koffie (€ 2.20).
Via D957 bereikten we de D977, een na enige tijd rustige weg langs een niet
meer gebruikte spoorlijn, die we een keer op de gok overstaken en een prima
lunchplek vonden met picknicktafel. De zon liet zich steeds meer zien en dat
hadden we onderschat. Ook moest er nog wat serieus geklommen worden rond Menou,
waar de weg kozen naar Colmery en via de D127 naar onze bestemming Donzy, waar
we lichtelijk verbrand om drie uur aankwamen. We vonden de camping, maar die
was dicht en dat klopte volgense Mairie. Ging pas in juli (niet wat laat??)
open.
Doorrijden naar Pouilly-sûr_Loire zagen we niet zitten. We vonden in een
Logis de France een prima alternatief om wat af te koelen, lekker te eten en
goed te slapen. De fietsen hadden een plekje in de garage.
Donderdag 19 juni: Donzy - Mornay-sûr-Allier
(80 km.) Om tien over half acht na een snel
ontbijt op de hotelkamer vertrokken we richting Loire, eerst door de graanschuur
van Frankrijk, met mooie wolkenluchten aardig fotogeniek. Via D1 en D248 kwamen
we in Pouilly aan, staken de Loire over en reden naar Herry via de D187. Gelukkig
gaven de bomen af en toe wat schaduw want door veel bos kwamen we niet. Vanaf
Herry volgden we de D45 naar het zuiden. We zaten even op een "Bis"
route met wat meer verkeer maar niet hinderlijk. Na 40 km. was er in Beffes
een goede grand crême te vinden (€ 2.50, beste tot nu toe). Tot Cuffy
konden we lekker doorrijden langs eindeloze velden met mais en andere producten,
daarna ging door de warmte het tempo er een beetje uit.
Apremont bleek een kleine maar prachtige "Plus Beaux Villages de France"
met een Parc Floreal, dat we bewaarden tot een volgend keer. Een drankje op
een terras sprak ons echter wel aan. Na een paar venijnige hellinkjes kwamen we aan
in Mornay-sûr-Allier waar de camping gelukkig wel open was.
Vrijdag 20 juni: Mornay-sûr_Allier
- Dornes (44 km.) Vandaag was het tijd voor een wat
rustiger etappe na twee lange dagen. We pasten ons schema wat aan en dat leverde op dat we om 7 uur op pad waren. De D45 werd D101 en
we reden door een glooiend veeteeltgebied. We bereikten Le Veurdre, Aubigny
en later Bagneux, waar een steil klimmetje naar de kerk ook een terras in beeld
bracht waar de koffie (€ 2) perfect smaakte. Hier verlieten we de Allier,
staken hem over en stopten op de brug om foto's te maken van de rivier en een
prachtig wolkendek.
We kwamen aan in Villeneuve-sûr-Allier, waar we ons door het verkeer van
de N7 worstelden om wat winkels te vinden. Op de gok sloegen we een weggetje
in dat volgens ons het goede was. Na wat gokwerk en vragen waren we op de goede
weg. In Aurouër vonden we de weg naar Dornes. Een paar km. voor het dorp
kwamen we een natuurparkje tegen waar ook een camping lag. Het was de Muncipal
en de camping die we zochten. Afrekenen (€ 5,27, de goedkoopste), tent
opzetten onder een paar prachtige bomen en rusten. Het was 31 graden. Acht uur
's avonds waren daar pas 2 graden af. Maakten er een wat luxer eten van met
foie gras en wat alcoholische prik en besloten de volgende dag wat verder door
te rijden om de aanloop naar Cluny wat makkelijker te maken.
Zaterdag 21 juni: Dornes - Gueugnon
(76 km.) Een prachtige damp hing boven de
vijver naast onze camping. Een paar vissers en een oud huis lieten zich langzaamaan
zien door de mist. Het was een prachtige stille sfeer terwijl op de camping
iedereen nog sliep. We vonden tijd voor wat foto's en waren daarna vlot op weg.
De eerste twee uur reden we nog in de koelte van de vroege ochtend. Het terrein
werd weer iets geaccidenteerder. Via Lucenay-les-Aix bereikten we Gamay-sur-Loire,
kruisten de rivier, eerst een droge zijtak en later de echte, die hier nog steeds
behoorlijk breed was. We kamen aan in Cronat, waar we een bakker, kruidenier
en terrasje in de schaduw vonden. Gigantische koppen koffie met de warme melk
er apart bij. Klasse! (€ 2.50).
De route naar Maltat leek een rechte lijn maar er zaten veel venijnige klimmetjes
in. Toch was het leuk rijden in dit dunbevolkte gebied. Geleidelijk klommen
we naar 400 meter (Grury) vanaf la Chapelle was een een lange downhill naar
Gueugnon. Hier vonden we de Ecomarché en even later na wat vragen (een
jongetje zou ons wel even de weg wijzen maar mocht niet mee van zijn moeder)
de camping. Het was een nieuwe camping met nog kleine bomen en door de droogte
verschroeid gras. Er was veel rumoer in de buurt van recreërende mensen,
ook mensen die op de camping niets te zoeken hadden. Om zeven uur 's avonds
was het in de schaduw nog steeds 31 graden. Het bleef onrustig tot 2 uur 's
nachts. Een camping om snel te vergeten. Zeker af te raden.
Zondag 22 juni: Gueugnon - St. Bonnet-de-Joux
(52 km.) We pakten alles snel in om
zo snel mogelijk weg te komen en te profiteren van het beetje koelte van de
ochtend. Onze klimspieren werden onmiddellijk op de proef gesteld omdat we vanuit
een rivierdal gelijk omhoog moesten naar Clessy. Het was weer een mooi en een
afwisselend landschap. Om kwart voor negen kwamen we aan in Palinges, gelegen
aan het Canal du Centre. Bakker en terras zaten broederlijk naast elkaar en
waren open. Het hotel bij het terras had kamers voor € 29, iets om te onthouden.
De koffie was heet, sterk en goedkoop (€ 2). We volgden ruim een half uur
het Canal du Centre naar het zuiden om vlak voor Paray af te slaan naar Champlecy.
De route ging via Fontenay en Viry. Dik boven de 400 meter bereikten we de D983,
een golvende wat drukkere route departementale. Regelmatig stoppen, afkoelen
en weer verder.
Uiteindelijk bereikten we rond een uur St. Bonnet-de-Joux, waar een Bar-Tabac
ons uitnodigde voor een koud biertje. We kochten nog een kaart, pinden wat en
gingen op weg naar de camping. Deze één-ster bleek nog te bestaan.
Het was een kleine onbemande camping met één enorme schaduwplaats,
waar het 33-34 graden was maar een prima plek. Er was een mooie visvijver en
simpel maar goed sanitair.
Een dreigend onweer bracht geen regen of verkoeling. 's Avonds kwam er niemand
het geld innen en de volgende ochtend waren we bijna vertrokken toen de schoonmaakster
kwam. Die hebben we toen de 6 euro maar gegeven.
Maandag 23 juni: St. Bonnet-de-Joux
- Cluny (27 km.) Door de bewolking van het mislukte
onweer koelde het waarschijnlijk wat minder af. Om zes uur voelde het al tamelijk
warm aan en ons wachtte een korte maar pittige etappe naar Cluny. Kaarten en
route kwamen niet helemaal overeen. We namen de D7 het dorp uit, eerst klimmend
naar bijna 500 meter en daarna over 7 km. afdalend naar 250 bij Donzy. Hier
verlieten we de hoofdweg en gingen via kleine weggetjes op weg naar Cluny, via
Château. Via een lange afdaling bereikten we Cluny, een oude beroemde
abdijplaats. Hier kwamen we om half tien aan, deden een stadsplattegrond op
bij de Mairie en vonden de grote gezinscamping aan de rand van de stad. Er waren
veel langkampeerders. Achterin vonden we een goede schaduwrijke plek, echter
met weinig gras. Tent opgezet, spullen erin, fietsen op slot en op naar de stad
om de abdij te bekijken. Eerst een terrasje en mensen kijken en 's middags een
bezoek gebracht aan de indrukwekkende resten van een enorme abdij.
Later in de middag wilden we de supermarkt bezoeken vlak bij de camping maar
die was helaas dicht. De andere lag op een heuvel aan de andere kant van de
stad. Met 35 graden geen leuk vooruitzicht maar er zat niets anders op. Het
onweer wilde weer niet doorzetten, jammer.
Dinsdag 24 juni: Cluny - Meurseault
(80 km.) Om zes uur waren onze buren op de
camping al vertrokken. De lucht dreigde. We pakten snel de tent in en gingen
op weg naar het begin van het fietspad dat op de oude spoorlijn Cluny - Châlon
was aangelegd en dat ons 44 km. in de goede richting moest brengen. We vonden
het startpunt bij het oude station van Cluny en fietsten vandaar weer langs
de camping, een paar meter van onze campsite. Vrijwel onmiddellijk kregen we
een fikse bui en moesten voor de eerste en laatste keer een regenjas aandoen.
Daarna bleef het droog en gelukkig, bewolkt. Het was prachtig rijden over dit
pad. We gingen langs de oude stations, die er nog stonden, samen met de resten
van de perrons. Het station van Buxy was echt opgeknapt. Een soort halve slagbomen
bij kruisingen remden je af en soms had jij voorrang.
Na krap drie uur fietsen bereikten we Givry, waar het fietspad van onze route
afboog en waar we het dorp ingingen voor boodschappen en een grand crême
(warme melk apart, weer een topper). We hoorden dat het warme weer tot het eind
van de week zou blijven. Toch waren er nog wolken en we besloten de volgende
30 km. naar Meursault er bij te pakken. De weg naar Chagny is druk. Toen we
die konden verlaten voor een parallelweg deden we dat onmiddellijk. We kwamen
midden in de wijnbouw terecht en reden door het oude dorp Rully. Bij Chagny
konden we weer een "voie verte" oppakken, een fietspad langs het Canal
du Centre. Zo bereikten we Santenay en lunchten. Het werd steeds warmer maar
hier kenden we de weg en gingen binnendoor naar Meurseault, waar we rond twee
uur op de camping aankwamen. De camping stond vol met Nederlandse caravans.
We vonden een acceptabele plek, raakten in contact met andere vakantiegangers,
zetten de tent op, wassen, douchen, boodschappen een een tafel reserveren. Vanavond
eens lekker uit eten. Helaas niet in Le Relais de la Dilligence want die was
dicht maar Le Bouchon was open, ook een goeie tent. Wel warm! 's Nachts woei
het hard maar de volgende dag was het weer rustig en zonnig.
Woensdag 25 juni: Meurseault -
Ste. Marie-sûr-Ouche (51 km) Door de voortdurende hitte besloten
we het resterende deel niet in twee maar in drie dagen af te leggen. Even voor
zevenen reden we door de wijnbouweggetjes naar Beaune, waar we boodschappen
deden en onnodig de hele binnenring rondreden. Het was druk van het spitsverkeer
totdat we in Savigny-lès-Beaune aankwamen, een mooi oud wijnstadje. Hier
begonnen we de lange klim naar Bouilland. Die viel eigenlijk best mee. We hadden
een paar keer al de afdaling meegemaakt. Hier namen we koffie om versterkt te
beginnen aan de ultieme klim naar 573 meter om via Antheuil het dal van het
Canal de Bourgogne te bereiken. Dat ging soms met 12% naar beneden. Enig remmenknijpen
was geboden.
De D33 langs het kanaal is plezier rijden maar kent haast geen schaduw. Toen
we tegen de middag (het was alweer 30 graden) het eind bereikten besloten we
het hierbij te laten. Ste Marie-sûr-Ouche heeft een simpele camping en
bleek een prima plaats om ons voor te bereiden op de volgende klim. In de buurt
is een sluis in het kanaal waar gezwommen wordt en een kinderspeelplaats. Het
dorp is uitgestorven.
Donderdag 26 juni: Ste. Marie-sûr-Ouche
- Vauchenet (57 km) 's Nachts onweerde het een beetje,
we kregen een spatje regen en sliepen prima op deze rustige camping, die veel
jaarplaatsen met caravans bevatte. Vanuit Dijon ben je via de snelweg binnen
een half uur op de camping, dus daar zullen de eigenaars wel wonen. Even voor
zevenen waren we startklaar voor wat weer een stralende dag leek te worden.
We hadden een paar vlakke kilometers voor we bij Malain echt gingen klimmen
en vanaf Savigny s. Malain was het echt raak: 18%. Naar de aansluiting met de
D16 was het 2 km., boven aangekomen bleek het 1 km. naar beneden te zijn. Zo
voelde het ook. Dit werd loopwerk. Eenmaal boven steek je de D16 gelijk over
en krijgt een steile afdaling naar Blaisy-bas. Even een km. naar links op D16
en dan rechtsaf verloopt iets prettiger (zo kwamen we vorig jaar naar boven).
In Blaisy is gelukkig een bakker/kruidenier zodat de lunch geregeld is. We rijden
noordwestwaarts langs de Oze en de TGV lijn van Parijs naar Dijon. In Verray
is de eerste "koffietent" en deze versterker kunnen we wel gebruiken
want kort daarop verlaten we bij Présilly het dal om via de D103c Chanceaux
te bereiken. We klimmen en dalen en komen vlak langs de bron van de Seine, die
overal aangegeven staat. Wel is het intussen zwaar bewolkt geworden en niet
meer zo warm. We rijden een kilometer noordwestwaarts over de N71 en doen boodschappen
in Chanceaux. Hierna rechtsaf snel naar beneden (rivier) en omhoog naar le Tertre.
We gaan hier het bos in en klimmen naar zo'n 500 meter naar de D907. Hier steken
we de weg over en hebben een snelle kilometerlange afdaling naar een prachtige
Ville fleuri: Poiseul-la-Grange. De camping ligt in deze gemeente maar niet
in dit dorp. We moeten terug na eerst van het dorp genoten te hebben.
Terug op de D907 slaan we rechtsaf en na twee km. zien we de borden voor de
boerderijcamping waar we op mikken. Het is een doodlopende weg, eerst door het
bos en daarna door graanvelden om uit te komen bij een boerderij. We volgen
de borden naar de camping en komen op een heel rustig veldje. Aan het eind zit
iemand bij zijn tentje en motor te lezen. Aan het eind van de middag komt de
baas zijn 8 euro ophalen en is er alleen nog het geluid van de vogels en de
padden die vanuit hun holletjes contact met elkaar zoeken. De laatste reservemaaltijd
wordt gebruikt en 's avonds praten we een poosje met de medebewoner op de camping
en kijken rond op het terrein.
Vrijdag 27 juni: Vauchenet - Voulaines-les-Templiers
(50 km) Het blijft bewolkt en we pakken
snel de tent in om te voorkomen dat alles te nat wordt. Vanuit de camping gelijk
een klein klimmetje om weer bij de D907 te komen, rechtsaf en weer naar beneden
zoals gisteren, maar nu gepland. De weg naar Echalot loopt langs een helling
en heeft een groen streepje, maar ook een pijltje en dat is natuurlijk minder.
Vanaf Echalot, dat aan een riviertje ligt, gaan we omhoog en dalen af naar Etalante,
dat ook aan een riviertje ligt. Dit volgen we naar Aignay-le-Duc een wat grotere
plaats, waar het terras voor ons wordt opgezet en we koffie nemen. Dit is een
heel mooie omgeving. We volgen de D901 naar Beaunotte. Hier slaan we rechtsaf
naar Mauvilly, onze voorlaatste echte klim waarna we afdalen naar Beaulieu,
de naam zegt het al. Hier gaan we omhoog, terugkijkend op dit fraaie dorp via
de D112b. Een paar kilometer voor Essarois slaan we linksaf het Forêt
de Châtillon in en een kilometer later is de circel rond. We vervolgens
onze weg, slaan rechtsaf naar Abdij en etangs en dalen in rustig tempo af naar
Voulaines-les-Templiers, waar we bij Hotel La Forestiere onze auto terugvinden.