/ home / fietsen / bourgondië

Fietstocht Bourgondië - 14 t/m 27 juni 2003

In juni 2003 maakten Sue en ik een tweeweekse fietstocht door en rond Bourgondië in Frankrijk. Start- en eindpunt was Voulaines-les-Templiers in de Côte d'Or, 20 km. ten oosten van Châtillon-sur-Seine, maar de route kan op ieder willekeurig geschikt punt worden gestart. We hadden alles inclusief tent bij ons en probeerden via rustige wegen en interessante plaatsen ons doel te bereiken, niet wetend dat 2003 de heetste zomer van de laatste 100 jaar zou gaan worden.

Zaterdag 14 juni: Voulaines - Montbard (55 km.) Evenals de vrijdag, toen we met de auto naar Voulaines reden, was het erg warm, ruim 30 graden, een beeld dat we nog goed kenden van onze trip door de Morvan een jaar eerder. De bagage zat stabiel op onze nieuwe Koga's. Vanuit Voulaines reden we langs de schilderachtige Etangs des Marots langzaam omhoog het Forêt de Châtillon in, sloegen aan het eind linksaf om via de D29 langs de graanvelden bij Rochefort uit te komen een prachtig klein plaatsje aan de rivier de Brevon. Die rivier volgden we naar het westen, staken na een fel klimmetje de N71 over, om verder te klimmen naar Semond. Een mooie rit langs velden en bossen voerde naar Villaines-en-Duesmos. Dit plaatsje ligt in een rivierdal en dan weet je het wel: er is nog één klim nodig om bij de beroemde abdij Abbaye de Fontenay uit te komen. Hier zouden we de volgende dag op bezoek gaan. Vandaar was het nog ruim 5 km naar Montbard. De camping lag aan de andere kant van de stad met een supermarkt op een paar honderd meter voor de boodschappen. 's Avonds het oude centrum bekeken. Was niet onaardig. Gelukkig koelde het later op de avond een beetje af.

Zondag 15 juni was de enige dag dat we een beetje konden uitslapen omdat we op deze camping bleven. Toen we naar Fontenay wilden gaan stelden we vast dat beide fietspompen, een helm en een stel handschoenen verdwenen waren. Dit meldden we aan de campingbaas, die de politie belde. Hier gingen we later op bezoek om aangifte te doen, wat op zich al een avontuur is. Zonder pompen toch maar op weg naar Abbaye de Fontenay, een bijzonder mooie abdij, druk bezocht, ook door fietsers. Verder nog wat door het dal gefietst en terug naar de camping. Door de hitte (weer ruim 30 graden) en een beetje gebrek aan ervaring hadden we zaterdag geen geen dinerspullen voor de zondag gekocht, zodat de eerste van onze twee noodmaaltijden gebruikt ging worden. Gekeken hoe we de volgende dag de stad moesten verlagen en op tijd naar bed. Vroeg starten is noodzaak. Klimmen in de hitte is geen pretje.

Maandag 16 juni: Montbard - Chablis (66 km.) Zes uur op en even voor half acht op pad. Vanuit Montbard namen we de D5 naar Arrans, een klim van 150 meter, door het bos, nog lekker koel. Een mooie rustige weg door de velden volgde, waarna afdaalden naar Ravières en Nuits. Het was maandag en dat betekent dat er veel winkels dicht zijn. Dat was in Ravières het geval, maar gelukkig was de bakker in het aangrenzende Nuits open.
Vanuit Nuits ging het via de D115 richting Noyers, een van de Plus Beaux Villages de France, waar we pauzeerden. We klommen wat en kruisten de TGV lijn uit Parijs die vlak onder onze kruising splitst, waardoor er aardig wat treinen passeerden. De lange afdaling naar Noyers kenden we. Die hadden we vorig jaar moeten klimmen. In Noyers dronken we koffie (grand crême), duur en niet warm, de minste uit een grote, dagelijkse, koffietest.
We reden het oude stadje door en klimmend en dalend langs het riviertje de Serein naar Chablis, onderweg langs de wijngaarden rijden. Deze plaats had een rustige, mooi gelegen camping. We vonden een mooie schaduwrijke plek, gezien de hitte geen luxe. Hier was de supermarkt open en konden we een fietspomp kopen. Het enige terrasje waar we 's avonds dachten een glaasje Chablis te drinken bleek dicht.

Dinsdag 17 juni: Chablis - Mailly-le-Château (61 km.) Duurde iets langer voordat we toch wel als eersten rond 7.40 de camping verlieten, even door de spits op de D965, die we zo snel mogelijk verruilden voor de D131, een rustig weggetje naar het noorden. In Villy gingen we linksaf de D124 op omhoog en door de wijngaarden richting Auxerre, dat we na een mooie soepele afdaling tegen tienen bereikten. We zagen een postbode en vroegen hem waar er een fietsenwinkel te vinden was. Dat wist hij precies te vertellen. Brug over, Rue du Pont en en vlak voorbij de bakker. Het klopte allemaal. Ook was er nog een terrasje dat een perfecte grand crême leverde voor € 2.-.

Bakker (brood en lekkers) en fietsenman (helm) zorgden voor een goede basis voor de rest van de rit die gelukkig (het werd weer 30 graden) vlak was en ging langs de Yonne richting Vaux. Rond Vincelottes kwamen we een prima Logis de France tegen. Langs deze rivier zijn sommige delen van het jaagpad omgezet in fietspad. We pakten het stukje tussen Cravant en Bazarnes, maar volgens Australische fietsers die we op de camping tegenkwamen was het mogelijk om vanaf Auxerre op die manier te rijden.
Onze camping lag vlak voor Mally-le-Château. Hij had een prima plek met onder tentdoek een schaduwrijke en droge plek met picknick tafels om aan te eten. Hier ontmoetten we een Australisch stel van onze leeftijd dat een half jaar aan het fietsen was en op weg naar Santiago de la Compostella. Gingen naar het prachtige dorp op de helling voor boodschappen en om van het uitzicht te genieten. Kregen heel even wat regen, 's avonds wat meer en dat friste lekker op en leverde mooi licht over de rivier op.

Woensdag 18 juni: Mailly-le-Château - Donzy (76,5 km.) Het was een dampige ochtend en het beloofde weer een mooie dag te worden. We moesten de tent nat inpakken. Om kwart voor acht waren we op pad, uitgezwaaid door onze Australische fietsers. Staken de brug over en gingen verder op de oostelijke oever via Lucy s. Yonne, een fotogeniek gebied. Bij Surgy staken we weer over naar de andere kant en kwamen wat verder van de rivier af. Een gedeeltelijk wolkendek hield de temperatuur nog aangenaam. Via de zône industriëlle en een LeClerc kwamen we Clamency binnen, een plek met een prachtige oude binnenstad. Op het plein bij de kerk een goede kop koffie (€ 2.20).
Via D957 bereikten we de D977, een na enige tijd rustige weg langs een niet meer gebruikte spoorlijn, die we een keer op de gok overstaken en een prima lunchplek vonden met picknicktafel. De zon liet zich steeds meer zien en dat hadden we onderschat. Ook moest er nog wat serieus geklommen worden rond Menou, waar de weg kozen naar Colmery en via de D127 naar onze bestemming Donzy, waar we lichtelijk verbrand om drie uur aankwamen. We vonden de camping, maar die was dicht en dat klopte volgense Mairie. Ging pas in juli (niet wat laat??) open.
Doorrijden naar Pouilly-sûr_Loire zagen we niet zitten. We vonden in een Logis de France een prima alternatief om wat af te koelen, lekker te eten en goed te slapen. De fietsen hadden een plekje in de garage.

Donderdag 19 juni: Donzy - Mornay-sûr-Allier (80 km.) Om tien over half acht na een snel ontbijt op de hotelkamer vertrokken we richting Loire, eerst door de graanschuur van Frankrijk, met mooie wolkenluchten aardig fotogeniek. Via D1 en D248 kwamen we in Pouilly aan, staken de Loire over en reden naar Herry via de D187. Gelukkig gaven de bomen af en toe wat schaduw want door veel bos kwamen we niet. Vanaf Herry volgden we de D45 naar het zuiden. We zaten even op een "Bis" route met wat meer verkeer maar niet hinderlijk. Na 40 km. was er in Beffes een goede grand crême te vinden (€ 2.50, beste tot nu toe). Tot Cuffy konden we lekker doorrijden langs eindeloze velden met mais en andere producten, daarna ging door de warmte het tempo er een beetje uit.
Apremont bleek een kleine maar prachtige "Plus Beaux Villages de France" met een Parc Floreal, dat we bewaarden tot een volgend keer. Een drankje op een terras sprak ons echter wel aan. Na een paar venijnige hellinkjes kwamen we aan in Mornay-sûr-Allier waar de camping gelukkig wel open was.

Vrijdag 20 juni: Mornay-sûr_Allier - Dornes (44 km.) Vandaag was het tijd voor een wat rustiger etappe na twee lange dagen. We pasten ons schema wat aan en dat leverde op dat we om 7 uur op pad waren. De D45 werd D101 en we reden door een glooiend veeteeltgebied. We bereikten Le Veurdre, Aubigny en later Bagneux, waar een steil klimmetje naar de kerk ook een terras in beeld bracht waar de koffie (€ 2) perfect smaakte. Hier verlieten we de Allier, staken hem over en stopten op de brug om foto's te maken van de rivier en een prachtig wolkendek.
We kwamen aan in Villeneuve-sûr-Allier, waar we ons door het verkeer van de N7 worstelden om wat winkels te vinden. Op de gok sloegen we een weggetje in dat volgens ons het goede was. Na wat gokwerk en vragen waren we op de goede weg. In Aurouër vonden we de weg naar Dornes. Een paar km. voor het dorp kwamen we een natuurparkje tegen waar ook een camping lag. Het was de Muncipal en de camping die we zochten. Afrekenen (€ 5,27, de goedkoopste), tent opzetten onder een paar prachtige bomen en rusten. Het was 31 graden. Acht uur 's avonds waren daar pas 2 graden af. Maakten er een wat luxer eten van met foie gras en wat alcoholische prik en besloten de volgende dag wat verder door te rijden om de aanloop naar Cluny wat makkelijker te maken.

Zaterdag 21 juni: Dornes - Gueugnon (76 km.) Een prachtige damp hing boven de vijver naast onze camping. Een paar vissers en een oud huis lieten zich langzaamaan zien door de mist. Het was een prachtige stille sfeer terwijl op de camping iedereen nog sliep. We vonden tijd voor wat foto's en waren daarna vlot op weg. De eerste twee uur reden we nog in de koelte van de vroege ochtend. Het terrein werd weer iets geaccidenteerder. Via Lucenay-les-Aix bereikten we Gamay-sur-Loire, kruisten de rivier, eerst een droge zijtak en later de echte, die hier nog steeds behoorlijk breed was. We kamen aan in Cronat, waar we een bakker, kruidenier en terrasje in de schaduw vonden. Gigantische koppen koffie met de warme melk er apart bij. Klasse! (€ 2.50).

De route naar Maltat leek een rechte lijn maar er zaten veel venijnige klimmetjes in. Toch was het leuk rijden in dit dunbevolkte gebied. Geleidelijk klommen we naar 400 meter (Grury) vanaf la Chapelle was een een lange downhill naar Gueugnon. Hier vonden we de Ecomarché en even later na wat vragen (een jongetje zou ons wel even de weg wijzen maar mocht niet mee van zijn moeder) de camping. Het was een nieuwe camping met nog kleine bomen en door de droogte verschroeid gras. Er was veel rumoer in de buurt van recreërende mensen, ook mensen die op de camping niets te zoeken hadden. Om zeven uur 's avonds was het in de schaduw nog steeds 31 graden. Het bleef onrustig tot 2 uur 's nachts. Een camping om snel te vergeten. Zeker af te raden.

Zondag 22 juni: Gueugnon - St. Bonnet-de-Joux (52 km.) We pakten alles snel in om zo snel mogelijk weg te komen en te profiteren van het beetje koelte van de ochtend. Onze klimspieren werden onmiddellijk op de proef gesteld omdat we vanuit een rivierdal gelijk omhoog moesten naar Clessy. Het was weer een mooi en een afwisselend landschap. Om kwart voor negen kwamen we aan in Palinges, gelegen aan het Canal du Centre. Bakker en terras zaten broederlijk naast elkaar en waren open. Het hotel bij het terras had kamers voor € 29, iets om te onthouden. De koffie was heet, sterk en goedkoop (€ 2). We volgden ruim een half uur het Canal du Centre naar het zuiden om vlak voor Paray af te slaan naar Champlecy. De route ging via Fontenay en Viry. Dik boven de 400 meter bereikten we de D983, een golvende wat drukkere route departementale. Regelmatig stoppen, afkoelen en weer verder.
Uiteindelijk bereikten we rond een uur St. Bonnet-de-Joux, waar een Bar-Tabac ons uitnodigde voor een koud biertje. We kochten nog een kaart, pinden wat en gingen op weg naar de camping. Deze één-ster bleek nog te bestaan. Het was een kleine onbemande camping met één enorme schaduwplaats, waar het 33-34 graden was maar een prima plek. Er was een mooie visvijver en simpel maar goed sanitair.

Een dreigend onweer bracht geen regen of verkoeling. 's Avonds kwam er niemand het geld innen en de volgende ochtend waren we bijna vertrokken toen de schoonmaakster kwam. Die hebben we toen de 6 euro maar gegeven.

Maandag 23 juni: St. Bonnet-de-Joux - Cluny (27 km.) Door de bewolking van het mislukte onweer koelde het waarschijnlijk wat minder af. Om zes uur voelde het al tamelijk warm aan en ons wachtte een korte maar pittige etappe naar Cluny. Kaarten en route kwamen niet helemaal overeen. We namen de D7 het dorp uit, eerst klimmend naar bijna 500 meter en daarna over 7 km. afdalend naar 250 bij Donzy. Hier verlieten we de hoofdweg en gingen via kleine weggetjes op weg naar Cluny, via Château. Via een lange afdaling bereikten we Cluny, een oude beroemde abdijplaats. Hier kwamen we om half tien aan, deden een stadsplattegrond op bij de Mairie en vonden de grote gezinscamping aan de rand van de stad. Er waren veel langkampeerders. Achterin vonden we een goede schaduwrijke plek, echter met weinig gras. Tent opgezet, spullen erin, fietsen op slot en op naar de stad om de abdij te bekijken. Eerst een terrasje en mensen kijken en 's middags een bezoek gebracht aan de indrukwekkende resten van een enorme abdij.
Later in de middag wilden we de supermarkt bezoeken vlak bij de camping maar die was helaas dicht. De andere lag op een heuvel aan de andere kant van de stad. Met 35 graden geen leuk vooruitzicht maar er zat niets anders op. Het onweer wilde weer niet doorzetten, jammer.

Dinsdag 24 juni: Cluny - Meurseault (80 km.) Om zes uur waren onze buren op de camping al vertrokken. De lucht dreigde. We pakten snel de tent in en gingen op weg naar het begin van het fietspad dat op de oude spoorlijn Cluny - Châlon was aangelegd en dat ons 44 km. in de goede richting moest brengen. We vonden het startpunt bij het oude station van Cluny en fietsten vandaar weer langs de camping, een paar meter van onze campsite. Vrijwel onmiddellijk kregen we een fikse bui en moesten voor de eerste en laatste keer een regenjas aandoen. Daarna bleef het droog en gelukkig, bewolkt. Het was prachtig rijden over dit pad. We gingen langs de oude stations, die er nog stonden, samen met de resten van de perrons. Het station van Buxy was echt opgeknapt. Een soort halve slagbomen bij kruisingen remden je af en soms had jij voorrang.
Na krap drie uur fietsen bereikten we Givry, waar het fietspad van onze route afboog en waar we het dorp ingingen voor boodschappen en een grand crême (warme melk apart, weer een topper). We hoorden dat het warme weer tot het eind van de week zou blijven. Toch waren er nog wolken en we besloten de volgende 30 km. naar Meursault er bij te pakken. De weg naar Chagny is druk. Toen we die konden verlaten voor een parallelweg deden we dat onmiddellijk. We kwamen midden in de wijnbouw terecht en reden door het oude dorp Rully. Bij Chagny konden we weer een "voie verte" oppakken, een fietspad langs het Canal du Centre. Zo bereikten we Santenay en lunchten. Het werd steeds warmer maar hier kenden we de weg en gingen binnendoor naar Meurseault, waar we rond twee uur op de camping aankwamen. De camping stond vol met Nederlandse caravans. We vonden een acceptabele plek, raakten in contact met andere vakantiegangers, zetten de tent op, wassen, douchen, boodschappen een een tafel reserveren. Vanavond eens lekker uit eten. Helaas niet in Le Relais de la Dilligence want die was dicht maar Le Bouchon was open, ook een goeie tent. Wel warm! 's Nachts woei het hard maar de volgende dag was het weer rustig en zonnig.

Woensdag 25 juni: Meurseault - Ste. Marie-sûr-Ouche (51 km) Door de voortdurende hitte besloten we het resterende deel niet in twee maar in drie dagen af te leggen. Even voor zevenen reden we door de wijnbouweggetjes naar Beaune, waar we boodschappen deden en onnodig de hele binnenring rondreden. Het was druk van het spitsverkeer totdat we in Savigny-lès-Beaune aankwamen, een mooi oud wijnstadje. Hier begonnen we de lange klim naar Bouilland. Die viel eigenlijk best mee. We hadden een paar keer al de afdaling meegemaakt. Hier namen we koffie om versterkt te beginnen aan de ultieme klim naar 573 meter om via Antheuil het dal van het Canal de Bourgogne te bereiken. Dat ging soms met 12% naar beneden. Enig remmenknijpen was geboden.
De D33 langs het kanaal is plezier rijden maar kent haast geen schaduw. Toen we tegen de middag (het was alweer 30 graden) het eind bereikten besloten we het hierbij te laten. Ste Marie-sûr-Ouche heeft een simpele camping en bleek een prima plaats om ons voor te bereiden op de volgende klim. In de buurt is een sluis in het kanaal waar gezwommen wordt en een kinderspeelplaats. Het dorp is uitgestorven.

Donderdag 26 juni: Ste. Marie-sûr-Ouche - Vauchenet (57 km) 's Nachts onweerde het een beetje, we kregen een spatje regen en sliepen prima op deze rustige camping, die veel jaarplaatsen met caravans bevatte. Vanuit Dijon ben je via de snelweg binnen een half uur op de camping, dus daar zullen de eigenaars wel wonen. Even voor zevenen waren we startklaar voor wat weer een stralende dag leek te worden. We hadden een paar vlakke kilometers voor we bij Malain echt gingen klimmen en vanaf Savigny s. Malain was het echt raak: 18%. Naar de aansluiting met de D16 was het 2 km., boven aangekomen bleek het 1 km. naar beneden te zijn. Zo voelde het ook. Dit werd loopwerk. Eenmaal boven steek je de D16 gelijk over en krijgt een steile afdaling naar Blaisy-bas. Even een km. naar links op D16 en dan rechtsaf verloopt iets prettiger (zo kwamen we vorig jaar naar boven).
In Blaisy is gelukkig een bakker/kruidenier zodat de lunch geregeld is. We rijden noordwestwaarts langs de Oze en de TGV lijn van Parijs naar Dijon. In Verray is de eerste "koffietent" en deze versterker kunnen we wel gebruiken want kort daarop verlaten we bij Présilly het dal om via de D103c Chanceaux te bereiken. We klimmen en dalen en komen vlak langs de bron van de Seine, die overal aangegeven staat. Wel is het intussen zwaar bewolkt geworden en niet meer zo warm. We rijden een kilometer noordwestwaarts over de N71 en doen boodschappen in Chanceaux. Hierna rechtsaf snel naar beneden (rivier) en omhoog naar le Tertre. We gaan hier het bos in en klimmen naar zo'n 500 meter naar de D907. Hier steken we de weg over en hebben een snelle kilometerlange afdaling naar een prachtige Ville fleuri: Poiseul-la-Grange. De camping ligt in deze gemeente maar niet in dit dorp. We moeten terug na eerst van het dorp genoten te hebben.
Terug op de D907 slaan we rechtsaf en na twee km. zien we de borden voor de boerderijcamping waar we op mikken. Het is een doodlopende weg, eerst door het bos en daarna door graanvelden om uit te komen bij een boerderij. We volgen de borden naar de camping en komen op een heel rustig veldje. Aan het eind zit iemand bij zijn tentje en motor te lezen. Aan het eind van de middag komt de baas zijn 8 euro ophalen en is er alleen nog het geluid van de vogels en de padden die vanuit hun holletjes contact met elkaar zoeken. De laatste reservemaaltijd wordt gebruikt en 's avonds praten we een poosje met de medebewoner op de camping en kijken rond op het terrein.

Vrijdag 27 juni: Vauchenet - Voulaines-les-Templiers (50 km) Het blijft bewolkt en we pakken snel de tent in om te voorkomen dat alles te nat wordt. Vanuit de camping gelijk een klein klimmetje om weer bij de D907 te komen, rechtsaf en weer naar beneden zoals gisteren, maar nu gepland. De weg naar Echalot loopt langs een helling en heeft een groen streepje, maar ook een pijltje en dat is natuurlijk minder. Vanaf Echalot, dat aan een riviertje ligt, gaan we omhoog en dalen af naar Etalante, dat ook aan een riviertje ligt. Dit volgen we naar Aignay-le-Duc een wat grotere plaats, waar het terras voor ons wordt opgezet en we koffie nemen. Dit is een heel mooie omgeving. We volgen de D901 naar Beaunotte. Hier slaan we rechtsaf naar Mauvilly, onze voorlaatste echte klim waarna we afdalen naar Beaulieu, de naam zegt het al. Hier gaan we omhoog, terugkijkend op dit fraaie dorp via de D112b. Een paar kilometer voor Essarois slaan we linksaf het Forêt de Châtillon in en een kilometer later is de circel rond. We vervolgens onze weg, slaan rechtsaf naar Abdij en etangs en dalen in rustig tempo af naar Voulaines-les-Templiers, waar we bij Hotel La Forestiere onze auto terugvinden.

 

© TS 2012